Gedragscode

1. Inleiding

Deze gedragscode is bestemd voor deelnemers aan een reis die door DJW wordt georganiseerd en geeft richtlijnen hoe men zich dient te gedragen in de groep van mededeelnemers en in de landen, die men bezoekt.

De deelnemers dienen zich ervan bewust te zijn vertegenwoordigers te zijn van de kerken en DJW in Nederland; zij zijn als het ware hun ambas‐ sadeurs of nog beter gezegd: ze zijn ambassadeurs van Christus. Dat komt onder andere uit in het uitdragen van de missie (1.2), de visie (1.3) en de doelstelling (1.4) van DJW.

Het betekent vooral dat in het buitenland gelet wordt op de voorbeeld‐ functie van de deelnemers, zowel bij het uitvoeren van het project alsook in de privésfeer. Uitgangspunt is dat men respect heeft voor de lokale gewoonten en daaraan zoveel mogelijk meedoet.

Een christelijke levensstijl baseert zich op de Bijbel en heeft in de context van een bepaald land altijd eigen accenten. Een christelijke levensstijl komt bijvoorbeeld uit in de eerbied voor God en in respect voor de ander. Je eigen levensstijl is ondergeschikt aan wat voor de ander in de groep of voor de ander in het gastland waardevol is. Deelnemers aan reizen die door DJW worden georganiseerd, zullen deze gedragscode lezen en on‐ dertekenen, waarmee ze aangeven zich eraan te zullen houden. (Zie hier‐ voor de gedragscode, die je ook op een apart papier wordt uitgereikt en die je voor vertrek voor akkoord getekend terug dient te sturen.)

 

2.  Gedragscode

In deze gedragscode worden de volgende onderwerpen op alfabetische volgorde behandeld.

 

2.1.   Afspraken

Iedere deelnemer zet zich optimaal in om de gemaakte afspraken na te komen en daarin samen te werken. Als het nodig of wenselijk is om af te wijken van de gemaakte afspraken, zal dat in overleg met de groepsleiding en met de groep gebeuren.

2.2.   Alcohol

In veel landen wordt in de samenwerkende kerken c.q. organisaties niet getolereerd dat er alcohol wordt genuttigd. Respecteer dat! Drink geen alcohol in het openbaar. Indien het wel geaccepteerd is, of in een privésituatie, dan dien je je te beheersen en je te beperken. Dron‐ kenschap wordt niet getolereerd!

2.3.  Drugs

Zowel het in bezit hebben als het gebruiken van hard‐ en/of softdrugs is niet toegestaan. Neem nooit pakjes aan om voor anderen mee te nemen, zonder dat je weet (zelf controleren), wat erin zit. Hoe ver‐ trouwd de gever ook is, leg uit dat dit door je organisatie gevraagd wordt dat je inzicht moet hebben in wat je zelf in je persoonlijke spul‐ len vervoerd. Bij controle moet je je koffers zonder meer kunnen ope‐ nen en de inhoud kennen. 

2.4.  Geweld

Geweld (fysiek of verbaal) is te allen tijde verboden, zowel op de werkvloer, in de reisgroep, bij gastgezinnen of waar dan ook. Bij zelf‐ verdediging kan hiervan worden afgeweken, maar men dient hier heel voorzichtig mee te zijn vanwege risico's en de negatieve gevolgen (van uitzetting tot gevangenisstraf toe).

2.5.   Giften

Het geven van privégiften wordt veelal gezien als een persoonlijke zaak.

Soms nemen deelnemers extra gelden mee (van familie of van de thuisgemeente) om dat aan gastgezinnen te geven of aan de kerk of het project van het gastland. Wees daarmee zeer voorzichtig om geen onderscheid in de groep te maken. Bovendien is het niet wenselijk om in arme gebieden met groot geld te wapperen. Als je een persoonlijke gift meeneemt, overleg dan met de groepsleiding en maak dit liever tot een gezamenlijk iets van heel de groep.

De deelnemers dienen er rekening mee te houden dat het geven van giften een impact kan hebben op het werk en op de relatie tussen de doelgroep en mededeelnemers.

2.6.  Huisvesting

Huisvesting wordt geregeld door lokale mensen van het gastland. Soms kan een groep als geheel ergens worden ondergebracht; veelal zal de accommodatie zoveel mogelijk bij de lokale mensen thuis zijn. In alle gevallen dient met zorg omgegaan te worden met de persoon‐ lijke situatie en materialen van anderen. Bij vernieling dient vervan‐ ging te worden geregeld. Zeker bij lokale mensen thuis zal respect gevraagd mogen worden voor de lokale gewoonten. Het zich ont‐ trekken en zich afzijdig houden, zal de relaties onder druk zetten.

Probeer zoveel mogelijk mee te doen aan de maaltijden van de lokale bevolking; lukt dit om een of andere reden niet, probeer dit dan zo goed mogelijk te aan te geven.

2.7.   Kleding

In de kleding, die je draagt, dien je je aan te passen aan wat lokaal van christenen wordt verwacht, zonder dat je daarbij verplicht bent slechts lokale kleding te dragen. Bij officiële gelegenheden dien je ook officiële kleding te dragen.

Voor vrouwen/meisjes betekent dit in veel gevallen dat je vaker dan in Nederland een rok of een jurk zult dragen. In sommige (vooral Arabi‐ sche en moslim) landen moeten knieën, schouders en armen bedekt zijn. In veel landen wordt het dragen van een minirok geassocieerd met een losbandige levensstijl en geeft een verkeerd signaal af naar mannen en jongens.

Voor mannen/jongens betekent het meestal dat je niet in een korte broek, spijkerbroek, afritsbroek, T‐shirt en met rugzak naar een kerk‐ dienst of vergadering kunt gaan, maar in lange broek en overhemd. Zeker ook bij kerkdiensten zal de gedragscode zorgvuldig in acht moeten worden genomen.

De praktische invulling kan sterk regiogebonden zijn. Raadpleeg daarom lokale collegae of mensen van de lokale bevolking.

2.8.  Medische veiligheid/zorgvuldigheid

Wees in een ander land zorgvuldig met eten en drinken. Zorg zelf ook voor een goede hygiëne. Dit geldt vooral voor ongekookt eten en drinken; in het bijzonder als je langs de weg iets koopt.

De toiletten zijn soms niet geweldig; zorg daarom voor goede hygi‐ ene. Wees niet bang om bij ziekte dit meteen te melden bij de leiding en om deskundige hulp in te roepen. Wees zorgvuldig rondom een opname in een ziekenhuis (aidsproblematiek/bloedtransfusie); over‐ weeg of de keuze voor een medische evacuatie naar Nederland de voorkeur zal hebben.

2.9.  Politiek

Wees voorzichtig met het naar buiten brengen van politieke menin‐ gen over het gastland, zowel publiek alsook in de gastgezinnen.

Breng jezelf, je gastgezin, je gastorganisatie en kerk/DJW niet in ver‐ legenheid.

2.10.  Respect

  1. Breng liefde, geduld en respect op voor zowel je medereisgeno‐ ten alsook voor de mensen in het gastland;
  2. werk en reis met een oprecht verlangen de lokale mensen te ont‐ moeten en hen te leren kennen;
  3. wees je bewust van gevoelens van de plaatselijke bevolking en vermijd voor hen schokkend gedrag;
  4. bij het nemen van foto's moet je respect tonen voor de mensen;
  5. in het algemeen vraag je om toestemming om te fotograferen en video‐opnames te maken;
  6. etaleer je westerse rijkdom niet (bijvoorbeeld in kleding, cd's, etc.);
  7. neem de gewoonte aan om te luisteren en goed je ogen de kost te geven en geef niet je eerste impulsieve reactie (als je niet zeker weet waar je aan toe bent);
  8. als je iets niet begrijpt, vraag het dan na;
  9. bedenk dat je slechts een van de vele deelnemers van de reis bent;
  10. verwacht geen speciale voorrechten of een uitzonderingssituatie;
  11. leer zoveel mogelijk van de lokale taal;
  12. probeer in elk geval een paar woorden op te pikken, vooral in de sfeer van groeten en bedanken;

 

  1. behandel de lokale mensen als gelijkwaardig, ook al kunnen ze niet werken met een computer en hebben ze misschien een veel lagere levensstandaard dan jij;
  2. respecteer dat door hen te eren in hun situatie; lach niemand

2.11.  Roken

In veel landen is het door de plaatselijke kerk, waarmee we samen‐ werken, niet getolereerd om te roken. Respecteer dat! Rook dus niet in het openbaar of beter nog: rook in deze periode in het geheel niet. Als roken wel geaccepteerd is, of alleen in een privésituatie, dan ook is het goed om je te beheersen en je te beperken.

2.12.  Seksualiteit

In andere culturen is wat geaccepteerd wordt op seksueel gebied vaak heel anders dan in Nederland (omgang tussen de verschillende sek‐ sen, elkaar aanraken, omarmen, kus als begroeting); respecteer dat en houd er rekening mee.

Buitenshuis dien je je aan te passen aan wat lokaal geaccepteerd is, met inachtneming van de Bijbelse regels.

Ongewenste intimiteiten op het werk en daarbuiten worden niet ge‐ tolereerd.

Duidelijk mag zijn dat seksuele contacten met groepsgenoten en met mensen uit het gastland absoluut verboden zijn.

Alleenstaanden van verschillende sekse moeten niet in hetzelfde huis wonen/overnachten.

DJW raadt met klem aan tijdens de reisperiode geen liefdesrelatie aan te gaan met leden van de groep of met mensen van het gastland. Dit verstoort de onderlinge verhouding. Het kan gemakkelijk spanning geven binnen het team of binnen de lokale kerk/gemeenschap.

Ook een echtpaar en/of verloofd stel dienen zorgvuldig om te gaan met hun relatie zowel binnen het team als te midden van de gastge‐ meenschap. Houd rekening met eventuele gevoelens van anderen ten aanzien van een gemengde groep (man/vrouw).

2.13.  Verkeer

Wie in het buitenland (met andere gewoonten, rijgedrag en vaak slechte wegen) een auto moet besturen, dient daarbij grote voorzich‐

tigheid in acht te nemen en grote verantwoordelijkheid te betonen indien hij/zij passagiers vervoert.

Houd je aan de verkeerswetten en verkeersveiligheid. Wees voorzich‐ tig met het rijden in het donker.

Alcoholgebruik en verkeersdeelname samen is uiteraard uit den boze.

2.14.  Verrekijker, fototoestel, videocamera

In landen, waar oorlog of andere onderlinge spanningen zijn, is het vaak verboden een verrekijker, fototoestel of videocamera zichtbaar in bezit te hebben.

Wees terughoudend in het fotograferen van luchthavens, bruggen, militaire objecten, etc.

Het is ook zorgvuldig en beleefd, voordat je mensen persoonlijk wilt fotograferen, hun eerst om toestemming te vragen.

2.15.   Zondagsinvulling

De invulling van de zondag is bij de deelnemers aan de reis veelal ver‐ schillend; ook in het gastland kunnen soms grote verschillen zijn met wat je in Nederland gewend bent. Spreek samen af wat kan en wat niet kan en houd rekening met de ander (= je dienstbaar opstellen).